Het pad naar HOT (of FO): linksom of rechtsom (2): Uitgangspunten berekeningen

Vorige week schreef ik het eerste deel uit de serie: Het pad naar HOT (of FO): linksom of rechtsom. Ik schreef toen dat ik binnen een paar dagen we wat mooie berekeningen zou presenteren, maar dat viel vies tegen. Want, wat neem je allemaal mee in de berekeningen? Inflatie? Hypotheekrenteaftrek? Vermogensrendementsbelasting? Eigenwoningforait? Lastig, en alles wat je allemaal extra meeneemt maakt de berekeningen ingewikkelder. Daarom eerst deze post over wat ik allemaal meeneem, en wat dus niet in de berekeningen die ik gemaakt heb. Dan volgen morgen en overmorgen de berekeningen.

Beginsituatie:
Ik ga uit van een periode van 30 jaar. De beginsituatie is iemand die net een koophuis met een aflossingsvrije hypotheek van €200.000 heeft gekocht. Hij of zij, voor het schrijven gebruik ik even “hij”, betaalt daar een rente over van 2,5%.
Deze persoon heeft een buffer van €25.000. Dat is precies het bedrag dat belastingvrij is voor vermogensrendementsheffing. Hier verandert ook niets aan in de gehele periode.
Het doel van deze persoon is om over 30 jaar met vroegpensioen te kunnen gaan. Geheel of gedeeltelijk.

Buiten de hypotheek heeft deze persoon na jaar 30 vaste lasten van €1.500 per maand. Dat verandert ook niet tijdens deze periode.

Financiële ruimte
Deze persoon heeft in jaar 1, €10.000 te besteden voor extra aflossingen op de hypotheek of om te investeren in aandelen.

De aflosser
De aflosser lost elk jaar aan het eind van het jaar af wat hij dat jaar kan aflossen. De hypotheekrente die hij bespaart door de aflossingen lost hij het jaar daarop ook af. Het zogenoemde sneeuwbaleffect. De teruggekregen hypotheekrenteaftrek over een jaar lost hij af in het jaar erop. Dus de hypotheekrenteaftrek van jaar 1, wordt een aflossing in jaar 2. Met de waarde van de woning en het eigenwoningforfait doe ik even niets.

De belegger
De belegger legt elk jaar aan het begin in wat hij kan beleggen dat jaar. De hypotheekrenteaftrek wordt in het jaar daarna ook mee belegd. Dividend wordt automatisch herbelegd en het rendement daarvan neem ik voor de berekening mee in het algemene rendement. De vermogensrendementbelasting die de belegger moet betalen wordt van het te investeren bedrag afgetrokken in het jaar erna,
Het rendement van beleggen stel ik op 7,5%. Dat is het historische gemiddelde van de AEX van de laatste 30 jaar, zie deze link. Natuurlijk gaat daar het verlies door inflatie vanaf, maar komt het dividiendrendement erbij. Voor het gemak van de berekening stel ik die aan elkaar gelijk.

Na pensionering
Ik ga uit van een save withdrawal rate van 4%. Aan het eind van de 30 jaar heeft de aflosser €450.000 (25*12*€1.500) en de belegger heeft €575.000 (25x de hypotheekrente plus de vaste lasten).


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *