Restschuld wel of niet blijven aftrekken?

De laatste tijd is er een aantal berichten in de media verschenen over het aftrekbaar houden van de restschuldlening. Dit is een lening die kan worden afgesloten wanneer je je huis verkoopt voor een bedrag die lager is dan de openstaande hypotheek.
De rente die je dan betaalt over die lening mag je gedurende 15 jaar aftrekken van de inkomstenbelasting, net zoals je dat ook voor dertig jaar kunt doen met de hypotheekrente.

De regeling is er gekomen in 2012 om de toen stagnerende huizenmarkt een beetje op gang te krijgen. Mensen verkochten hun huis met onderwaarde niet omdat zij het verschil niet konden betalen uit eigen zak en het geld lenen was ook zo eenvoudig niet. Dit werd gezien als consumptieve lening en die was dan weer van invloed op de maximale hypotheek die je kon krijgen.

Toen de regeling werd ingevoerd was al bekend dat deze tijdelijk zou zijn en aan het eind van dit jaar zou aflopen. Nu het einde van de regeling in zicht komt begint een aantal instanties (NVM, De Hypotheekshop) zich te roeren en wil de regeling verlengen. De Vereniging Eigen Huis (VEH) riep hier in juni al het kabinet toe op.

Wij hebben zelf ook gebruik gemaakt van deze regeling. We verkochten in 2015 ons oude appartement met een verlies van ruim €14.000. Die hebben we toen binnen de familie gefinancierd en ook aangemeld bij de belastingdienst om gebruik te kunnen maken van de renteaftrek. Echter hebben we bij lange na geen gebruik gemaakt van de 15 jaar. Na iets meer dan een jaar hebben we het laatste deel van de lening terugbetaald aan de moeder van M. Uiteindelijk was ons belastingvoordeel net iets meer dan honderd euro.

Sinds de invoering van deze regeling is de woningmarkt drastisch veranderd. Huizen vliegen als warme broodjes over de toonbank en een behoorlijk deel van de woningen wordt intussen boven de vraagprijs verkocht. De regeling voor het aftrekken van de rente op een restschuldlening lijkt daarom overbodig te zijn geworden. Dat is echter wat te kort door de bocht.

Er is namelijk nog best een deel waar de woningmarkt nog niet zo op stoom is gekomen. Daar staan huizen nog steeds onder water en/of staan ze lang te koop. Is het dan nodig om voor die regio’s nog wel deze regeling in stand te houden?
Als ik eerlijk ben denk ik van niet. Want waarom komt de woningmarkt niet op stoom? Om het heel gechargeerd te zeggen: “Omdat er niemand wil wonen”.

En waarom wil niemand er wonen? Omdat er te weinig werk is. Dus wat volgens mij de oplossing is, is om te zorgen dat er die regio’s meer werkgelegenheid gecreëerd wordt. Al dan niet door actief overheidsbeleid. Dat gebeurde in het verleden wel. Denk aan de Informatie Beheergroep (IBG, nu DUO) die in Groningen werd gevestigd. Of kijk naar de PTT die, toen nog als overheidsdienst een hoofdkantoor in Groningen moest betrekken om na de privatisering weer snel terug naar de Randstad te verhuizen.
Misschien moeten we wel weer toe naar een soort spreidingsbeleid

Wil er dan helemaal niemand wonen in gebieden waar de woningmarkt nog niet zo floreert? Jawel hoor, medeblogger Chris wil heel graag gaan Drenthenieren. Alleen nog niet nu gelijk….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *