Hoe wij beleggen deel 2: Opbouw van de portefeuille

In onze zoektocht naar passief inkomen zetten wij op dit moment vooral in op beleggingen op de beurs. We hebben op dit moment geen plannen om te investeren in vastgoed.

We beleggen op dit moment in zowel individuele bedrijven, indexfondsen en een enkel beleggingsfonds. In een korte serie posts willen we jullie inzicht geven hoe wij beleggen. Na vorige week deel 1 over hoe wij beleggingen selecteren, nu deel 2: Opbouw van de portefeuille.

Disclaimer:

Ik ben geen beleggingsexpert, -professional of maar enigszins geschoold op beleggingsgebied. Deze serie posts is dan ook geen handleiding hoe je het beste je beleggingsportefeuille kunt opbouwen, maar slechts een weergave hoe wij te werk gaan. Succes is dus niet gegarandeerd.

Vorige week schreef ik dus hoe we onze beleggingen selecteren. De criteria die wij voor individuele aandelen gebruiken zie je nogmaals in de onderstaande tabel.

RegelDrempelwaarde
KoersMinimaal 10%< max afgelopen jaar
Koers/Winst< gemiddelde afgelopen jaar
Dividendpercentage>3%
Dividendgroeipercentage> inflatie
Dividendgroeiperiode>10 jaar
Chowder regel>10%
UItbetalingspercentage<65%

Voldoen al onze posities aan al deze criteria? Nee, maar daar kom ik in een later deel nog wel op terug.

Aantal beleggingen

Omdat we voor een groot deel in individuele bedrijven beleggen willen we het aantal posities beperken. Dat houdt de boel overzichtelijk. Voor onze doelportefeuille hebben we vooraf een maximum van 20 posities bepaald. Als de portefeuille in de toekomst verder toeneemt zal ook het aantal posities mogen stijgen.

Als vuistregel houden we daarvoor de volgende verhouding voor aan: Voor elke €3.000 extra geïnvesteerd mag er één positie bijkomen. Maar dat hoeft natuurlijk niet.

Drie niveaus

Om eerst naar toe te werken hebben een portefeuille opgesteld waarin we €60.000 geïnvesteerd hebben. We zijn nu pas op 17% van die hoeveelheid, maar het geeft voor ons houvast voor de aankopen die we in de toekomst gaan doen. In deze portefeuille hebben we drie niveaus van beleggingen gedefinieerd.

Niveau 1: De kern

Hierin zitten bedrijven die een hele sterke geschiedenis hebben met  dividendgroei, maar ook grotendeels in sectoren die wat minder crisisgevoelig zijn. Grotendeels voldoen de beleggingen in dit niveau aan alle beleggingsregels die we aan onszelf hebben opgelegd. Het gaat me dan niet zozeer dat de koers dan minder zakt, maar meer dat de verdiensten hoog blijven en ze dus hun dividend kunnen blijven verhogen, ook in tijden dat het allemaal wat minder gaat met de economie. Denk hierbij aan supermarktketens, voedselproducenten maar bijvoorbeeld ook de farmaceutische industrie.

De beleggingen van dit niveau zullen 2/3 van onze geïnvesteerde portefeuille gaan uitmaken.

Niveau 2: Ondersteunend

Op dit niveau zitten beleggingen die op één of andere manier niet voldoen aan onze beleggingsregels. Er gaat bijvoorbeeld een te groot deel van de winst naar dividenduitkering, het dividendrendement is te laag of er is al een tijdje geen dividendverhoging meer geweest. Ook kan het zijn dat het een bedrijf is uit een sector waarvan het maar de vraag is of die winstgevend blijft op de lange termijn.

De beleggingen van het tweede niveau zullen een kwart van onze geïnvesteerde portefeuille gaan uitmaken.

Niveau 3: De rest

Hierin zitten eigenlijk vooral beleggingen waarin we geen grotere positie willen. Dat kan om verschillende redenen zijn.

Dit deel zal ca. 8% van de portefeuille uitmaken.

Schematisch ziet de verdeling van deze drie niveaus er als volgt uit:

Verdeling sectoren

Zoals al eerder gezegd zijn wij op zoek naar een stabiel, stijgend dividendinkomen. Daarom zoeken wij onze beleggingen vooral in sectoren die minder gevoelig zijn voor de schommelingen in de economie. Die leveren misschien wat minder extra rendement op in de goede tijden, maar doen het dan weer beter dan gemiddeld in minder goede tijden.

Met de beleggingen die we voor ogen hebben en die we straks ook in onze €60.000 doelportefeuille zullen laten zien, komen we tot de volgende sectorverdeling.

Valuta

Ook wat betreft verschillende valuta willen we een bepaalde verdeling aanhouden. Zo proberen we de wisselkoerseffecten te beperken. Een aanzienlijk deel van de beleggingen zullen daarom in bedrijven uit de eurozone zijn. Daarnaast zijn klassiek veel Noord-Amerikaanse bedrijven trouwe dividendbetalers.

Niet in beton gegoten

De doelportefeuille die we hebben opgesteld is niet in beton gegoten. We hebben beleggingen gekozen waarin we vertrouwen hebben, maar er kan altijd iets gebeuren waardoor een belegging minder of juist meer interessant wordt. Kijk bijvoorbeeld naar het aandeel Kraft Heinz, dat al jaren tot de zogenaamde dividend aristocrats behoorde maar nu zijn dividend met 36% verlaagde. Het aandeel verloor onder andere daardoor ook ruim 25% van zijn waarde. Het blijft dus zaak de bedrijfsresultaten van niet alleen potentiële beleggingen te volgen, maar ook zeker die van de beliggingen die je al in je portefeuille hebt.

Hoe bepalen jullie hoe je beleggingsportefeuille eruit zou moeten zien?

Disclaimer:

Ik ben geen beleggingsexpert, -professional of maar enigszins geschoold op beleggingsgebied. Deze serie posts is dan ook geen handleiding hoe je het beste je beleggingsportefeuille kunt opbouwen, maar slechts een weergave hoe wij te werk gaan. Succes is dus niet gegarandeerd.

Eén antwoord op “Hoe wij beleggen deel 2: Opbouw van de portefeuille”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.