De geldstroomindex

Een tijdje terug las ik bij Divnomics een interessante post over hoe zij hun voortgang naar financiële onafhankelijk monitoren.
Zij kijken niet langer naar hun netto waarde en savings rate, maar naar hun cash flow index. Heel kort samengevat berekent die index welk deel van je lasten worden gedekt door het passief inkomen dat je genereert.

Dat is een aanpak die mij best wel aanspreekt. Het geeft voor mij namelijk een veel directer beeld van hoe ver je op je pad bent dan alleen maar naar netto waarde te kijken. Zeker als je je er op richt om uiteindelijk van je passieve inkomsten te leven in plaats van een dusdanige berg geld te verzamelen die je van je levensdagen niet meer op kunt maken (denk aan de 4%-regel).

Wij gaan vanaf nu onze geldstroomindex (GSI) eens monitoren. Maar om dat goed te kunnen doen moet je eerst een goede definitie van de index maken. Wij hebben die als volgt bepaald:

Wanneer de GSI boven de 100% komt heb je geen andere inkomsten meer nodig om te kunnen voorzien in je levensonderhoud. Je hebt dan alleen nog een geen financiële ruimte voor de extra dingen die je zou willen doen.

Je kunt de GSI op twee manieren verhogen. Ten eerste kun je je passief inkomen verhogen door meer inkomen genererende investeringen te doen zoals beleggingen of vastgoed.
Aan de andere kant kun je ook zorgen dat je je vaste lasten lager worden. Bijvoorbeeld door je hypotheek af te lossen of je huis energiezuiniger te maken (en nog vele andere mogelijkheden).
Beide manieren leveren een hogere GSI op als het andere deel van de breuk gelijk blijft.
Ik verwacht nog niet dat we heel ver zijn, ergens tussen de 5 en 7% vermoed ik.

Welke bronnen van passief inkomen wij op dit moment hebben schreven we al eerder en zullen vanaf begin februari op deze pagina te vinden zijn. 

Over onze vaste lasten schreven we nog niets , daar schrijf ik komende zaterdag een blogpost over. 

Het pad naar HOT (of FO) kinksom of rechtsom (3): De aflosser

In deze serie zijn reeds verschenen:

Vandaag dan de eerste berekening in deze serie. Hoe staat de aflosser ervoor na 30 jaar? Voor volledige financiële onafhankelijkheid heeft hij €450.000 vermogen nodig.Dat schreef ik gisteren al.
De aflosser lost het eerste jaar €10.000 af en daarna laat hij “de sneeuwbal het werk doen”. Ieder jaar lost hij dus wat meer af. Na 15 jaar is er nog zo’n €250 aan hypotheek over. In grafiekvorm ziet dat er als volgt uit:
In jaar 16 lost hij dat laatste beetje af en begint alsnog met investeren. Dat jaar investeert hij €14.750 euro. De jaren erna kan hij ieder jaar €15.000 investeren.

Hiermee heeft de aflosser aan het eind van het jaar ruim €377.500 bij elkaar bespaard. Dat is €72.500 te kort voor volledige financiële afhankelijkheid.

Met dit bedrag zou hij met de 4%-regel iets minder dan €250 per maand moeten bijverdienen. Daarmee zou hij wel zeer HOT zijn… 🙂

Het pad naar HOT (of FO): linksom of rechtsom? (1)

Een aantal dagen terug werd ik bij een discussie tussen nieuwbakken blogger Chris en Geldnerd zelf op het blog van Geldnerd getriggerd.

Toen wij begonnen met bloggen las ik op diverse Nederlandse blogs vooral over het aflossen van schulden als het pad naar meer financiële vrijheid. Of dit nu persoonlijke leningen waren of hypotheken: aflossen was het devies.

Met die focus zijn wij eind 2015 ook begonnen met onze financiële bewustwording. “Schulden zijn slecht en dienen afgelost te worden”. Vandaar de naam “hypotheekweg” voor onze blog.
Hoe meer we ons echter verdiepten in financiële onafhankelijkheid, of sinds de bloggers-meeting in Utrecht (HOT), hoe meer we, vooral ik (M), aangetrokken werden door de mogelijkheid van het creëren van een passief inkomen door te investeren. Sinds halverwege 2016 hebben we dan ook voorzichtig de eerste stapjes gezet op het gebied van beleggen. Intussen hebben we zo al een aardig bedragje belegd.

Maar ik dwaal af. Waar ik het over wilde hebben is dat er een soort van twee kampen lijken te bestaan in de FO-wereld. We hebben de fanatieke aflossers aan de ene kant en andere andere kant de fanatieke investeerders. Maar waarom zou je op één paard wedden? Waarom niet van beide een beetje? Bij beleggen wordt altijd gezegd dat je je beleggingen moet spreiden, maar dat is in dit geval wel spreiden binnen één pad naar financiële vrijheid. Dus waarom zou je niet +

Ik voel voor beide wel wat en zal proberen de argumenten voor en tegen puntsgewijs op te schrijven.

Hypotheek aflossen:

Voordelen:

  • Lagere schuld
  • Minder afhankelijk van de geldverstrekker
  • Gegarandeerd rendement
  • Meer vrijheid in huisvesting
  • Overwaarde wordt niet belast
  • Steeds lagere vaste lasten

Nadelen:

  • Rendement mogelijk lager dan met beleggen
  • Minder hypotheekrenteaftrek
  • Geld alleen beschikbaar na verkoop huis

Investeren:


Voordelen:

  • Gemiddeld hoger rendement dan de hypotheekrente
  • Geld (deels) beschikbaar voor noodgevallen
Nadelen:
  • Rendement niet zeker
  • Vermogen wordt belast
  • Vaste lasten veranderen niet
Volgens mij is dan de belangrijkste vraag of je liever kiest voor een zeker, maar meestal wat lager rendement door af te lossen of een onzekerder, maar waarschijnlijk hoger rendement. 
In een volgend blog zal ik hieraan eens proberen te rekenen. Ik hoop dat blog maandag te kunnen publiceren.
Op welke route zitten jullie? Beleggen of aflossen?

Hoeveel financiële onafhankelijkheid is voor ons voldoende? (2)

Vorige week schreef ik het eerste deel van deze serie over finaciële onafhankelijkheid naar aanleiding van de bloggersbijeenkomst in Utrecht. Ik schreef toen dat wij meer voelen voor financiële vrijheid in plaats van totale financiële onafhankelijkheid. Aan de hand van de presentatie van Financial Freedom Sloth was duidelijk te zien dat dit een stuk sneller haalbaar is in de Belgische en Nederlandse situatie dan die totale onafhankelijkheid.

In dit tweede deel probeer ik uit te vinden hoeveel renderend vermogen wij in beide situaties nodig hebben en vervolgens te berkenen hoeveel jaar we daar voor nodig hebben.

Waar gaan we vanuit?
We gaan uit van een situatie waarbij we een afbetaald huis hebben. Iets meer dan een jaar geleden hebben we al wel eens geschreven hoeveel we dan ongeveer nodig denken te hebben om goed rond te kunnen komen. Dat kwam uit op een bedrag van €1.200 in euro’s van nu en ongeveer €1.870 in euro’s van over 15 jaar.
Voor de berekening die ik nu maak ga ik uit van een bestedingspatroon van €2.000 per maand, in euro’s van nu. Ook de berekende berekende bedragen reken ik terug naar euro’s van nu door de stijging van de waarde van het renderende vermogen in te stellen ten opzichte van de inflatie, zie hieronder.
Het betekent dat we €24.000 per jaar aan inkomsten nodig hebben.

Als inkomen ga ik uit dat M een netto maandinkomen heeft van €3.000 voor een volledige werkweek, en V een netto inkomen van €1.500 voor drie dagen.

We gaan uit van 4% waardestijging van de aandelen ten opzichte van de inflatie. Ook gaan we uit van een dividendinkomen van netto 3% en willen we een jaar aan uitgaven aan spaargeld aanhouden.

Verder ga ik er in deze berekening van uit dat we de eerstkomende 2 jaar ons renderende vermogen slechts met €5.000 eigen geld per jaar kunnen laten toenemen + plus het ontvangen dividend van dat jaar. Daarna heeft V haar zakelijke lening afgelost en kunnen we ook een deel van haar inkomen gebruiken voor de aanwas van vermogen. Dan kunnen we het vermogen met 2.000 euro extra per jaar verhogen, in totaal dus €7.000.

Als laatste gaan we ervanuit dat we de hypotheek in 2026 helemaal hebben afgelost. Vanaf dan kan er zo’n  €12.000 per jaar extra geïnvesteerd worden. Dan gaat het echt hard :).

De vermogensopbouw ziet er ongeveer zo uit als we de hele tijd even veel blijven werken als nu het geval is.

Totale financiële onafhankelijkheid
Voor totale financiële onafhankelijkheid hebben we dus €24.000 aan netto dividendinkomsten nodig. Met de 3% netto dividenduitkering komen we dan uit op een benodigd vermogen van €800.000. We zouden dan eind 2042 voldoende renderend vermogen hebben. In 2043, dus 25 jaar na komende januari kunnen we leven van het dividend, M is dan 65. Dat is zo ongeveer het moment dat hij zijn pensioen eerder laat ingaan. Daar winnen we dus niets mee.

Minder werken
Maar wat als we er nou eens voor kiezen om beide 2 dagen te gaan werken, Het netto inkomen van M wordt dan €1.200, nog afgezien van het feit dat dat inkomen dan minder zwaar belast wordt er dus netto meer over blijft. Het inkomen van V wordt dan €1.000.
Dat is samen al meer dan de benodigde €2.000 per maand. Wat betekent dit dan? Dat we aan 2x 2 dagen werken voldoende hebben zodra we de hypotheek hebben afgelost. Alle investeringen die we tot die tijd doen zullen leiden tot een hoger inkomen uit dividend.

Als we het huis inderdaad in 2026 kunnen aflossen, zouden we in 2027 op deze manier kunnen gaan leven. Dat is te overzien, dat is al over 10 jaar vanaf nu en 9 jaar na de start van de berekening. Het extra dividendinkomen dat we dan bij elkaar geïnvesteerd hebben is dan zo’n €2.500 per jaar of iets meer dan €200 per maand. We houden dan 400 per maand over om te investeren en er steeds wat warmer bij te zitten.

Dit is al een zeer aantrekkelijk scenario voor ons, maar misschien kan het nog wel aantrekkelijker, met nog minder werken en optimaal gebruik maken van ons belastingsysteem. Daar zit nog wel wat uitzoekwerk aan vast en ik hoop daar volgende week meer over te kunnen schrijven..


Hebben jullie wel eens nagedacht hoe je met financiële vrijheid zou willen leven?

Hoeveel financiële onafhankelijkheid is genoeg voor ons? (1)

Intussen zijn we al bijna een week na de bloggersbijeenkomst die we in Utrecht hadden met Belgische en Nederlandse bloggers. Zo langzamerhand begint het stof in mijn (M) hoofd weer neer te dalen en beginnen zich ideeën over financiële onafhankelijkheid, of beter gezegd, financiële vrijheid.

Want dat is iets waarvan ik me bewust ben geworden tijdens de bijeenkomst. Ben ik nu op zoek naar totale onafhankelijkheid of naar meer vrijheid. En al pratende hier thuis zijn we tot de conclusie gekomen dat we op zoek zijn naar die vrijheid.



Onafhankelijkheid vs. Vrijheid
De bloggersbijeenkomst stond, naast het elkaar leren kennen, in het teken van F.I.R.E. (Fanacially Independent Retire Early), oftewel financieel onafhankelijk en vroeg met pensioen. De eerste presentatie die werd gegeven door Divnomics gingen over dit concept dat is komen overwaaien uit Amerika. En dan ging het er vooral over waarom er in Nederland en België, en eigenlijk in heel Europa, weinig aandacht lijkt te zijn voor dit concept. We kwamen er op uit dat dit cultureel (we praten niet graag over geld) en dat de noodzaak om dat appeltje voor de dorst door onze bedrijfspensioenen en AOW een stuk minder groot is dan in Amerika.
We kwamen tot de conclusie dat de meeste aanwezigen eigenlijk niet op zoek zijn naar financiële onafhankelijkheid, maar naar Vrijheid. Vrijheid om te kiezen hoe je je tijd invult. Dat kan met betaald werk zijn, met vrijwilligerswerk, met reizen een groot deel van het jaar, Wat je maar wilt. Maar voor deze vrijheid heb je wel een inkomen nodig uit vermogen was de conclusie.
Eén van de bloggers noemde hetgene waarnaar de meesten op zoek waren H.O.T. (Happy, Opportunit
y rich, Time rich) oftewel Gelukkig, Rijk in Mogelijkhede en Rijk in Tijd.

Daarnaast bevordert het belastingsysteem in Nederland en België de opbouw van vermogen ook niet echt. In Nederland wordt een groter vermogen belast op een steeds hoger geacht rendement daaruit en in België worden inkomsten uit bijvoorbeeld dividend redelijk zwaar belast. Dat liet Finacial Freedom Sloth ons zien.
Daarnaast wordt in zowel België als Nederland het inkomen progressief belast. Een tactiek waain je een aantal jaren heel veel geld probeert te verdienen om daarna te rentenieren wordt daardoor op meerdere manieren tegengewerkt door de fiscus.

Berekeningen
Financial Freedom Sloth (FFS) kwam daarom met een plan om zoveel mogelijk gebruik te maken van het belastingsysteem. Hij rekende eerst voor hoeveel jaar je nodig zou hebben bij een netto inkomen van €2.000 per maand, €1.500 uitgaven per maand en een startvermogen van €10.000. Dat blijkt in de Belgische situatie 23 jaar te kosten. Dat kun je in België al flink verkorten door je op het eind te laten ontslaan. Je hebt dan recht op €500 per maand aan werkloosheidsuitkering, en dat stopt niet als ik het goed begrepen heb. In deze situatie heb je maar 17 jaar nodig om dit te berekenen.

Maar het kan nog sneller. Als je bereid bent om nog een klein beetje te werken. In België is de eerste €7.400 aan inkomen onbelast. Door dat deel te verdienen, dat zou moeten kunnen in een maand of 2-4 afhankelijk van je baan, heb je een stuk minder vermogen nodig om voldoende aanvullend inkomen te genereren. Je zou dan na 15 jaar fulltime werken voldoende vermogen hebben om erna nog ongeveer aan een kwart baan voldoende te hebben.
Als je bereid bent iets meer te werken, dan heb je nog minder vermogen nodig en nog minder jaren fulltime werk om daar te komen. 10-12 jaar fulltime werken komt dan al gauw in beeld.

Wat betekent dat voor ons?
De plannen van FFS spreken ons wel aan. Het gezegde: “If you can’t beet them join them” spreekt ons zeer aan. Wij werken nu samen 1,6 werkweek. Wat zou het mooi zijn als we dat in eerste instantie terug zouden kunnen brengen naar 1 volledige werkweer met zijn tweeën. Dat betekent meer tijd en energie voor dochterlief, maar ook meer tijd om dingen samen te doen als dochter oud genoeg is om naar school te gaan.

De vraag is dan hoe we dit kunnen bereiken. Dat zullen we bespreken in de blog van volgende week zaterdag.