Onze vaste lasten in 2019

In de blogpost over de geldstroomindex beschreef ik hoe wij de dekking van onze vaste lasten door ons passief inkomen gaan volgen. Daarvoor is het nodig om, naast het passief inkomen, onze vaste lasten goed in beeld te hebben.

Wat zien wij dan als vaste lasten? Ik “definieer” die als volgt. Onze vaste lasten zijn de maandelijks terugkerende lasten die we niet op korte termijn kunnen stoppen. De volgende posten vallen daar volgens mij onder:

Hypotheeklasten (€831)
De grootste lasten post elke maand. De hypotheeklasten bestaan uit een drietal vaste posten, te weten de rentelasten, de reguliere aflossingen op de annuïtaire hypotheekdelen en de inleg in de spaarhypotheek. We nemen de reguliere aflossingen en de inleg in de spaarhypotheek mee in deze vaste lasten omdat die gewoon onderdeel zijn van het hypotheekbedrag dat maandelijks wordt afgeschreven.
Deze kosten bedragen op dit moment €831.
Je zou de aflossingen en inleg wel ook mee kunnen tellen in je spaarpercentage.
Extra aflossingen op de hypotheek tellen niet mee, daarin hebben we vrije keuze of we wel of niet extra aflossen.

Gemeentelijke en waterschapsbelastingen (€150?)
Deze lasten zijn op dit moment nog niet bekend. Ze zijn deels gebaseerd op de WOZ-waarde van ons huis. Deze lasten worden door ons in 10 termijnen betaald in de maanden februari t/m november. In januari bedragen de kosten hiervan dus €0. In 2018 bedroegen deze lasten samen €130, ik ga uit van €150 nu.

Energie en Water (€150)
Een veel kleinere post, maar toch ook nog één van de grotere posten. Spreekt verder voor zich denk ik.

Zorgverzekering (€275)
Onze zorgverzekering voor 2 personen inclusief het minimale eigen risico van V. Die gaat ieder jaar op. We betalen de zorgverzekering weliswaar in 1x, maar reserveren wel maandelijks voor de premie van het jaar erop. Die reservering tellen we dus bij onze vaste lasten.

Auto-verzekering en Wegenbelasting (€110)
De wegenbelasting bedraagt €1 per maand. De rest gaat naar onze all risk auto-verzekering. De auto is nog dusdanig jong en we hebben nog niet genoeg gespaard om de auto op eigen kosten 1 op 1 te vervangen dat we die volledig verzekerd hebben.

TV, internet, telefoon (€64,50)
Onze Ziggo-aansluiting. Nu ik het bedrag weer zo zie moeten we maar weer eens proberen de lasten te verlagen door ofwel echt over te stappen ofwel te doen alsof en zo een korting te bedingen.”

Kinderopvang (€122)
Onze jongste dochter gaat 1 dag per week naar het kinderdagverblijf. Onze oudste gaat naar school, hoeft vanwege een continurooster niet over te blijven en gaat ook niet naar de buitenschoolse opvang. We ontvangen €211 aan kinderopvangtoeslag voor onze jongste en betalen €333 per maand voor de opvang. Netto is dat dus €122.
Overigens verwacht ik nog een behoorlijke nabetaling van de kinderopvangtoeslag over vorig jaar. Doordat ik vorig jaar ook officieel een dag minder ben gaan werken was mijn inkomen ruim 10% lager dan het jaar ervoor. Dat zal na onze belastingaangifte verrekend worden. Ook verwacht ik dat dan de toeslag voor dit jaar omhoog wordt bijgesteld.

Boodschappen (€200)
De kosten van boodschappen verdelen we gelijk. Dit is mijn deel.

Bankkosten en diverse verzekeringen (€100
Vele kleine beetjes maken ook een grote stapel. Bij elkaar bijna €100.

Dat maakt een totaal aan vaste lasten van €1.800.

Dat valt me eigenlijk nog best mee.



Opvangkosten fors omlaag

Sinds deze zomervakantie is er voor ons in de kosten voor de kinderopvang een heleboel veranderd.Onze oudste dochter werd in de vakantie werd 4 jaar en kon dus niet meer op het kinderdagverblijf terecht waar ze vanaf haar geboorte naartoe ging. Zewas daar ook wel een beetje op uitgekeken aan het raken dus heel erg was dat niet.
En aangezien V met haar werk ook vastzit aan schoolvakanties hoefden we gedurende de zomervakantie ook geen andere opvang (BSO) te regelen. De maand augustus was daarom ook een maand zonder kosten aan opvang voor ons.

Na de zomervakantie mocht de oudste naar school. Ze had geen wendagen voor de vakantie gehad, maar mocht dat in de eerste week van het nieuwe schooljaar doen. Daar was ze het duidelijk niet mee eens toen we haar na dag één eerder ophaalden uit school terwijl de rest van de klas nog bleef (Ik hoop dat dat haar hele schoolcarriere zo blijft). Vanaf dag twee ging ze dus hele dagen.

De basisschool van onze dochter werkt met een continurooster, zoals schijnbaar steeds meer scholen doen. Die van onze school is echter wat extreem, de schooltijden zijn van kwart over 8 tot kwart over 1, waarbij er twee korte pauzes zijn om wat te eten en drinken voor de kinderen.

We dachten dat deze schooltijden ervoor zouden zorgen dat we veel buitenschoolse opvang zouden moeten afnemen, maar in de praktijk blijkt dat we met onze werkdagen perfect uitkomen om helemaal geen BSO te hoeven inschakelen. V werkt namelijk 2,5 dagen, ik 4 en samen met één opvangdag van (schoon)ouders kunnen we haar gewoon elke dag wegbrengen en weer ophalen.

Vanaf begin deze maand gaat onze jongste dochter naar het kinderdagverblijf waar onze oudste ook heen ging. Ondanks haar gehoorverlies kan ze gelukkig naar een normaal kinderdagverblijf. Ze gaat één dag in de week, net als haar zus in het begin.

Dit alles betekent ook een verandering in de financiën die zijn gemoeid met de opvang van onze kinderen.

Zo zijn de kosten van de kinderopvang gedaald van €592 naar €296. Een verschil van bijna 300 euro. Daar staat tegenover dat we nu ook minder kinderopvangtoeslag krijgen dan voorheen: €205 om €408. Ruim €100 minder dan voorheen. Netto levert ons dat een besparing op van €93.

Voor onze oudste dochter zijn er geen maandelijkse kosten meer. Wel krijgt ze schoolmelk op school, €53 per schooljaar. En natuurlijk de verplichte vrijwillige ouderbijdrage a 30 euro. Verdeel je dat over 12 maanden dan is dat nog geen 7 euro per maand. De totale kosten zijn dus ruim 86 euro lager dan voor de zomervakantie. En nu is het ook nog eens voor 2 kinderen…

Financiën in 2018 (2): De uitgaven

December is traditioneel gezien de laatste maand van het jaar. Voor ons is dat een tijd om de financiën samen weer eens extra goed door te nemen en ook vooruit te kijken naar het volgende jaar. Dat doornemen komt aan het eind van de maand als alle rekeningen weer zijn betaald, maar dat vooruitkijken kan nu al.

Volgend jaar gaat voor ons behoorlijk wat (financiële) veranderingen met zich mee brengen, de belangrijkste is natuurlijk de komst van onze nieuwe spruit. Die verwachten we in april.

Op financieel gebied zal dat ook het één en ander betekenen. Maar dat is niet het enige dat er volgend jaar voor ons gaat veranderen. In een aantal blogs zal ik proberen alle veranderingen voor volgend jaar op een rijtje te zetten. Dat is vooral voor onszelf, maar jullie mogen natuurlijk gewoon meelezen..

In deze serie verscheen eerder:

Vandaag deel 2: De uitgaven.

Wonen: Door het vele aflossen dit jaar zijn onze hypotheeklasten een stuk lager dan vorig jaar. Om precies te zijn zijn de lasten in het afgelopen jaar met net geen honderd euro gedaald. Die winst hebben we al ten opzichte van 2017. Ook zullen we blijven aflossen, hoeveel we van plan zijn af te lossen vertel ik in de volgende aflevering van deze serie.
Ons energiecontract staat nog vast tot 1 juli. Tot die tijd zullen we hetzelfde bedrag betalen, maar door de stijgende energiebelastingen zou het zo maar kunnen dat we wat zullen moeten bijbetalen op het eind. Hoeveel dat is, geen idee maar we houden er rekening mee. In de tweede helft van het jaar zullen we waarschijnlijk meer moeten gaan betalen.

Lokale belastingen: De nieuwe WOZ-waarde van ons huis is nog niet bekend, maar zal ongetwijfeld hoger uitvallen dan hij nu is. Ook voor het waterschap en de andere gemeentelijke lasten verwachten we een stijging van zo’n €10 per maand (betalen in 10 maanden).

School en kinderopvang
Na de zomervakantie gaat onze dochter naar de basisschool. Dat betekent voor haar dat we geen kinderopvang hoeven te betalen. Wel komt daar een “vrijwillige” ouderbijdrage voor terug, maar dat is niet te vergelijken.
Daarnaast zal onze nieuwe spruit wel aar de kinderopvang gaan. Hij of zij zal echter maar één dag gaan in plaats van twee dagen zoals onze dochter nu gaat. Dochter ging namelijk eerder ook maar één dag per week totdat V een opleiding ging volgen. Nu houden we de tweede dag aan zodat V tijdens de zwangerschap ook nog een dag heeft waarop ze echt goed haar rust kan nemen.
Per saldo zullen deze kosten flink naar beneden gaan in de tweede helft van het jaar.

Autokosten: Onze autoverzekering loopt in februari af. We hadden een allriskverzekering met 3 jaar het aankoopbedrag terug bij een total loss. Die drie jaar zitten er nu op. We gaan dan eens shoppen naar wat het beste alternatief is.
Ook kunnen we waarschijnlijk het verbruik wel verminderen. Dat is dan vooral het zakelijke verbruik waar M onze auto nu nog wel eens voor gebruikt. Doordat het bedrijf meer auto’s beschikbaar stelt voor zakelijke reizen is de noodzaak voor M om zijn eigen auto te gebruiken minder geworden. En als je echt goed naar ons verbruik kijkt is dat toch wel het gros van de kilometers die we rijden.
Ook hier kunnen we wel op besparen.

Boodschappen: We hopen hetzelfde budget aan te kunnen houden als we nu ook hebben, zo’n €300 per maand. Of dat gaat lukken met een baby in de luiers en mogelijk aan de voeding gaan we zien.

De rest: Voor de meeste (kleinere) uitgaven zal het niveau afhangen van discipline en prijsverhogingen hoeveel we eraan uit zullen gaan geven. Voor het gemak ga ik ervan uit dat dit ongeveer net zoveel is als dit jaar.

Niet voor iedereen gaat de kinderopvangtoeslag omhoog

Bijna iedereen krijgt in 2017 meer kinderopvangtoeslag dan in 2016 waren de blije koppen rond de jaarwisseling in veel kranten en op veel kranten- en nieuwswebsites. Honderden euro’s extra werden ons voorgeschoteld. Nu waren wij al niet heel slecht toebedeeld met de kinderopvangtoeslag, zoals ik hier al eens schreef, die voor ons t/m 2016 ruim 70% van de kosten dekte.

Echter ging bij ons de kinderopvangtoeslag in 2017 niet nog verder omhoog, maar juist een heel stuk naar beneden. Bij ons ging de toeslag met 43 euro naar beneden op een bedrag van €420. Dat is ruim 10% minder dus. Hoe komt dat dan?

Ik vermoed dat het te maken heeft dat we in 2015 een veel hoger belastbaar inkomen hadden dan waar rekening mee was gehouden door de uitkerende instantie. Hoe kwam dat dan?

  • De praktijk van V zat voller en dus had zij meer inkomen
  • De zakelijke lening van V was kleiner geworden door extra aflossingen zodat ze minder aftrekposten had
  • M kreeg een diensttijdgratificatie waardoor zijn inkomen ook een stuk hoger was dan het jaar ervoor

Wel hadden we in 2015 nog wel een groot deel van het jaar twee huizen met dubbele hypotheekrenteaftrek, maar blijkbaar heeft dat niet opgewogen tegen de het extra inkomen dat we hadden. Dus eigenlijk is de reden heel positief.

Ik verwacht echter wel dat we door deze redenen ook nog een naheffing gaan krijgen voor de kinderopvangtoeslag. Als ik reken met de daling van €43 per maand over een heel jaar dan komt dat uit op €516. Aangezien dit jaar de kinderopvangtoeslag gunstiger zou zijn geworden, denk ik dat het bedrag dat we terug zullen moeten betalen hoger zal zijn en we rekenen daarom op minimaal €600 aan terugbetaling. Dat geld zullen we dus extra over moeten houden om uiteindelijk aan onze financiële doelen te kunnen komen voor dit jaar.

Krijgen jullie meer of minder kinderopvangtoeslag in 2017? (als je die ontvangt natuurlijk)