Mijn salarisstijging, wat blijft ervan over?

In navolging van al heel wat collega-bloggers heb ik, nu de eerste maand van het jaar erop zit ook eens gekeken hoeveel ik van mijn nieuwe netto salaris overhoud.









Inkomen
Mijn netto salaris is best wel wat gestegen in het met de jaarwisseling. De CAO gaf een loonsverhoging van 2,5% en ook kreeg ik dankzij mijn goede beoordeling er nog eens 2,5% bovenop. Mijn salaris steeg netto van €3.011 naar €3.175 een stijging van 166 euro.
De stijging voelt als meer, omdat ik pas in november vorig jaar met terugwerkende kracht nog een CAO-verhoging had gekregen en ik eigenlijk alleen in december dit “oude” salaris had ontvangen.

Stijging vaste lasten
Hoeveel stegen onze vaste lasten dan? De hypotheeklasten stegen door het omzetten van de aflossingsvrije hypotheek, maar dat is onze eigen keuze dus dat tel ik niet mee.
De gemeentelijke belastingen stegen met 2 euro, de waterschapslasten heb ik nog geen stijging van voorbij zien komen.
Het voorschot op de energierekening steeg met 8 euro, de autoverzekering met 1 euro.Dat valt alleszins mee. Ook de contributie van de vakbond ging ietsjes omhoog, zo’n 50 cent.
De grootste stijging zat hem in de zorgverzekering. Die ging met ruim €360 omhoog op jaarbasis oftewel 30 euro op maandbasis.

De kinderopvang steeg met 35 euro, maar ook de kinderopvangtoeslag steeg met 6 euro, netto stegen de kosten voor kinderopvang dus met 29 euro.

In totaal blijft er van de 166 euro salarisverhoging nog €95 over aan netto vooruitgang. Uiteindelijk is dat een verhoging van mijn besteedbaar inkomen van 3,15%. Dat valt allezins mee want ik heb in de diverse blogs een stuk minder rooskleurige getallen voorbij zien komen.

Hoeveel bleef er (extra) van jouw eerste salaris van het jaar over?

Onze vaste lasten in 2019

In de blogpost over de geldstroomindex beschreef ik hoe wij de dekking van onze vaste lasten door ons passief inkomen gaan volgen. Daarvoor is het nodig om, naast het passief inkomen, onze vaste lasten goed in beeld te hebben.

Wat zien wij dan als vaste lasten? Ik “definieer” die als volgt. Onze vaste lasten zijn de maandelijks terugkerende lasten die we niet op korte termijn kunnen stoppen. De volgende posten vallen daar volgens mij onder:

Hypotheeklasten (€831)
De grootste lasten post elke maand. De hypotheeklasten bestaan uit een drietal vaste posten, te weten de rentelasten, de reguliere aflossingen op de annuïtaire hypotheekdelen en de inleg in de spaarhypotheek. We nemen de reguliere aflossingen en de inleg in de spaarhypotheek mee in deze vaste lasten omdat die gewoon onderdeel zijn van het hypotheekbedrag dat maandelijks wordt afgeschreven.
Deze kosten bedragen op dit moment €831.
Je zou de aflossingen en inleg wel ook mee kunnen tellen in je spaarpercentage.
Extra aflossingen op de hypotheek tellen niet mee, daarin hebben we vrije keuze of we wel of niet extra aflossen.

Gemeentelijke en waterschapsbelastingen (€150?)
Deze lasten zijn op dit moment nog niet bekend. Ze zijn deels gebaseerd op de WOZ-waarde van ons huis. Deze lasten worden door ons in 10 termijnen betaald in de maanden februari t/m november. In januari bedragen de kosten hiervan dus €0. In 2018 bedroegen deze lasten samen €130, ik ga uit van €150 nu.

Energie en Water (€150)
Een veel kleinere post, maar toch ook nog één van de grotere posten. Spreekt verder voor zich denk ik.

Zorgverzekering (€275)
Onze zorgverzekering voor 2 personen inclusief het minimale eigen risico van V. Die gaat ieder jaar op. We betalen de zorgverzekering weliswaar in 1x, maar reserveren wel maandelijks voor de premie van het jaar erop. Die reservering tellen we dus bij onze vaste lasten.

Auto-verzekering en Wegenbelasting (€110)
De wegenbelasting bedraagt €1 per maand. De rest gaat naar onze all risk auto-verzekering. De auto is nog dusdanig jong en we hebben nog niet genoeg gespaard om de auto op eigen kosten 1 op 1 te vervangen dat we die volledig verzekerd hebben.

TV, internet, telefoon (€64,50)
Onze Ziggo-aansluiting. Nu ik het bedrag weer zo zie moeten we maar weer eens proberen de lasten te verlagen door ofwel echt over te stappen ofwel te doen alsof en zo een korting te bedingen.”

Kinderopvang (€122)
Onze jongste dochter gaat 1 dag per week naar het kinderdagverblijf. Onze oudste gaat naar school, hoeft vanwege een continurooster niet over te blijven en gaat ook niet naar de buitenschoolse opvang. We ontvangen €211 aan kinderopvangtoeslag voor onze jongste en betalen €333 per maand voor de opvang. Netto is dat dus €122.
Overigens verwacht ik nog een behoorlijke nabetaling van de kinderopvangtoeslag over vorig jaar. Doordat ik vorig jaar ook officieel een dag minder ben gaan werken was mijn inkomen ruim 10% lager dan het jaar ervoor. Dat zal na onze belastingaangifte verrekend worden. Ook verwacht ik dat dan de toeslag voor dit jaar omhoog wordt bijgesteld.

Boodschappen (€200)
De kosten van boodschappen verdelen we gelijk. Dit is mijn deel.

Bankkosten en diverse verzekeringen (€100
Vele kleine beetjes maken ook een grote stapel. Bij elkaar bijna €100.

Dat maakt een totaal aan vaste lasten van €1.800.

Dat valt me eigenlijk nog best mee.



De geldstroomindex

Een tijdje terug las ik bij Divnomics een interessante post over hoe zij hun voortgang naar financiële onafhankelijk monitoren.
Zij kijken niet langer naar hun netto waarde en savings rate, maar naar hun cash flow index. Heel kort samengevat berekent die index welk deel van je lasten worden gedekt door het passief inkomen dat je genereert.

Dat is een aanpak die mij best wel aanspreekt. Het geeft voor mij namelijk een veel directer beeld van hoe ver je op je pad bent dan alleen maar naar netto waarde te kijken. Zeker als je je er op richt om uiteindelijk van je passieve inkomsten te leven in plaats van een dusdanige berg geld te verzamelen die je van je levensdagen niet meer op kunt maken (denk aan de 4%-regel).

Wij gaan vanaf nu onze geldstroomindex (GSI) eens monitoren. Maar om dat goed te kunnen doen moet je eerst een goede definitie van de index maken. Wij hebben die als volgt bepaald:

Wanneer de GSI boven de 100% komt heb je geen andere inkomsten meer nodig om te kunnen voorzien in je levensonderhoud. Je hebt dan alleen nog een geen financiële ruimte voor de extra dingen die je zou willen doen.

Je kunt de GSI op twee manieren verhogen. Ten eerste kun je je passief inkomen verhogen door meer inkomen genererende investeringen te doen zoals beleggingen of vastgoed.
Aan de andere kant kun je ook zorgen dat je je vaste lasten lager worden. Bijvoorbeeld door je hypotheek af te lossen of je huis energiezuiniger te maken (en nog vele andere mogelijkheden).
Beide manieren leveren een hogere GSI op als het andere deel van de breuk gelijk blijft.
Ik verwacht nog niet dat we heel ver zijn, ergens tussen de 5 en 7% vermoed ik.

Welke bronnen van passief inkomen wij op dit moment hebben schreven we al eerder en zullen vanaf begin februari op deze pagina te vinden zijn. 

Over onze vaste lasten schreven we nog niets , daar schrijf ik komende zaterdag een blogpost over. 

Uitgaven onder de loep: nog wel wat vet op de botten

Naar aanleiding van Money Monday van In10jaarfo hebben wij deze week onze lasten ook weer eens onder de loep genomen. En wat blijkt, hebben nog best wat vet op de botten zoals dat heet.

Hoe bedoel ik dat dan precies? Nou we hebben nog best wel wat geld dat na alle vaste lasten en het vaste sparen, beleggen en extra aflossen nog best wat geld over van het inkomen van M. Alleen, als de maand afgelopen is, is daar meestal toch nog maar weinig van over. We geven dus nog best wel wat geld uit aan niet noodzakelijke zaken.

Na aftrek van die vaste zaken blijft er nog zo’n €250 over. Daar moeten dan soms nog wel eens wat niet-vaste lasten van betaald worden, zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de kapper of ongepland onderhoud aan de auto en natuurlijk de leuke dingen die we wel willen blijven doen zoals een dagje naar de Efteling.

Helemaal tot 0 budgeteren vinden we dus ook geen optie. Maar als we goed naar de uitgaven kijken zien we de laatste tijd dat M weer wat vaker luncht in de kantine op kantoor. Dat is per keer al snel een euro of 3 en telt kan lekker doortellen. M gaat daarom weer dagelijks zijn boterhammen smeren. En zo zijn er nog wel wat “onnodige” kleine uitgaven waarop nog wel wat bespaard kan worden.

Om er wat “extra druk” op te zetten gaan we in een apart potje 50 euro per maand sparen. Met het bedrag dat we in dat potje gaan sparen willen we eind 2018 weer een extra aflossing doen op spaarhypotheek. Door vanaf nu dit bedrag te sparen hebben we eind 2018 in ieder geval €1000 voor dit doel. De extra aflossingen op de andere hypotheekdelen zullen we maandelijks blijven doen.
Mochten we in een maand nog geld overhouden bovenop deze 50 euro dan zullen we die gebruiken om de buffer versneld aan te vullen.

Vanaf juni verwachten we sowieso €200 extra over te houden. Dan is namelijk het collegegeld van de opleiding van V geheel betaald en zal die net geen €200 niet meer worden afgeschreven. Vanaf dat moment zullen we weer wat meer gaan beleggen.

Hoe vaak nemen jullie je uitgaven onder de loep?