Je kunt ook met minder met pensioen

In de blogpost van vorige week berekende ik hoeveel je nodig zou hebben om te kunnen leven van het dividend van je beleggingsportefeuille bij een uitgavenpatroon van €2.000 per maand. De berekende €685.000 is best een fors bedrag en zorgde er ook voor dat na één jaar precies voldoende dividendinkomsten te hebben de inkomsten daarna steeds sneller groeiden dan de inflatie. Die €685.000 was dus eigenlijk meer dan nodig was voor de lange termijn. schreef ik bijna op het einde van het blog dat ik nog zou kijken of je met minder ook zou kunnen uitkomen door steeds ook een deel van je beleggingen “op te snoepen”. Dat heb ik in dit blog gedaan.

“Je kunt ook met minder met pensioen” verder lezen

Veel huishoudens hebben te weinig directe financiële slagkracht

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een bericht dat veel Nederlands huishoudens te weinig financiële buffer hebben om tegenslag op te vangen. Zo ook een aantal weken geleden. Normaal gesproken komt het Nibud met dit soort berichten, dit keer was het het Centraal PlanBureau (CPB).

Het blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse huishoudens een financiële buffer hebben van minder dan €10.000. Iets meer dan de helft heeft dan dus een buffer die groter is dan dat bedrag. Het gaat hierbij overigens om de liquide buffers, oftewel geld waar je direct bij kunt.
Ik weet niet hoe dit berekend is door het CPB, maar als alleen gekeken is naar spaargeld, dan horen wij ook zo maar bij die groep die minder heeft. Nemen we onze beleggingen mee, die we eigenlijk op elke beursdag te gelde kunnen maken, dan zitten we er ruim boven.

Gemiddeld genomen heeft de Nederlander wel een behoorlijk vermogen. Uit het rapport van de CPB haal ik we gemiddeld een vermogen hebben van meer dan €300.000. Dat is te zien in het plaatje hiernaast.
In dit plaatje spreekt het financieel vermogen voor zich denk ik: (spaar)geld, aandelen, obligaties, crypotomunten etc.
Het niet-financieel vermogen is vooral de waarde van je huis, verhuurpandjes etc.
De hypotheekschulden vallen onder langlopende leningen. Daarbij is niet gecompenseerd voor eventuele spaar- of beleggingshypotheken en de waarde die daarin is opgebouwd. Pensioenaanspraken spreken ook voor zich.

Wanneer je kijkt naar hoe de vermogens verdeeld zijn over verschillende categorieën zie je een beeld dat de meeste huishoudens bij elke soort vermogen een vermogen tussen de 0 en €50.000 hebben en dat dat bij het totaal netto vermogen ook zo is.
Kwa netto vermogen doen we het ook best aardig. Zelfs zonder pensioenaanspraken hebben we een vermogen dat langzaam richting de ton kruipt.

Als je naar de huizenvermogens kijkt (waarde huis min hypotheekschuld) dan zie je dat de jongste gezinnen de laagste huizenvermogens hebben. Dat is ook wel logisch. Wanneer je net een huis gekocht hebt en meer hebt gefinancieerd dan de woning waard was, en vervolgens de huizenmarkt ook nog eens instortte, is het niet heel raar dat je onder water komt te staan. Dit zijn ook nog eens gegevens uit 2014, dus als je de stijgingen van de huizenprijzen van de afgelopen drie jaar meeneemt  zullen de grafieken er heel anders uitzien. Als laat de grafiek links boven zien dat de groep van 30-39 verder onder water staat dan de twintigers. Zei mochten nog meer lenen ten opzichte van de woningwaarde dan de twintigers nu.

Wat dat betreft doen wij het best aardig. Zelfs als we de WOZ-waarde uit die we van dit huis hebben gehad (€181.000) gebruiken staan we met de huidige hypotheek boven water en staan we er wat huizenvermogen beter voor dan vele leeftijdsgenoten in 2014. En dan heb ik de waarde van de spaarhypotheek niet eens meegerekend. Voor een overzicht van onze hypotheek zie hier.
Al vallen we zelf natuurlijk ook in die groep en stonden we er in 2014 wat betreft hoogte van de hypotheek een stuk minder florisant voor met onze huidige woning onder water en het oude appartement ook.

Voor de liefhebbers is het rapport van het CPB hier te downloaden.

Hoe doen jullie het ten opzichte van je leeftijdsgenoten?

Een blik op mijn pensioen

Afgelopen weken bood mijn (M) werkgever in een aantal sessies aan om kennis te laten maken met de online tool van ons pensioenfonds. In ons geval is dan mijnABP. Het leek mij wel interessant om eens te kijken of ik zelf nog zaken niet had ontdekt.

In kleine groepjes werd de mijnABP-omgeving doorgenomen, liet een cursusleider zien hoe je verschillende scenario’s kon laten doorrekenen door de omgeving. Denk daarbij aan meer of minder partnerpensioen, eerder stoppen met werken of juist langer doorwerken. Voor je AOW-leeftijd meer pensioen uitlaten keren en daarna wat minder waren er daar een aantal van.

Eigenlijk had ik alle opties al wel eens verkend. Wat ik alleen miste was hoeveel pensioen ik zou ontvangen als ik bijvoorbeeld op mijn 55e zou stoppen met werken (en dus met inleggen in het fonds). Daar heb ik nu overigens wel een methode voor gekregen om die in te schatten.

Alle berekeningen die je op dit moment kunt maken met de tool gaat uit van de op dit moment bekende maximale AOW-leeftijd. Dat is 67 jaar en 3 maanden. Dat terwijl ik ervan uit ga dat mijn AOW-leeftijd veel later zal zijn dan die leeftijd. De Sociale VerzekeringsBank (SVB) gaat er echter vanuit dat mijn AOW-leeftijd op 70 jaar zal liggen. Je kunt dat hier voor jezelf berekenen.

Maar goed, uitgaande van die 67 jaar en 3 maanden heb ik wel wat berekeningen kunnen maken, onder de randvoorwaarde dat pensioen- en belastingwetgeving dan nog hetzelfde zijn als nu:

Als ik doorwerk tot 67 jaar en 3 maanden ontvang ik ruim €1.700 per maand aan pensioen. Daar komt dan nog de AOW bij. Dat is ruim voldoende om dan in onze vaste lasten te voorzien. Die heb ik ingeschat op €2.000 per maand. Dat is naar boven afgerond.

Wil ik mijn pensioen bijvoorbeeld al op mijn 60e laten ingaan dan scheelt me dat ongeveer €300 per maand netto en dan kom ik in de eerste jaren (ik krijg dan nog geen AOW).
Maar dat betekent ook dat we in die eerste jaren tot mijn AOW-leeftijd niet genoeg zullen hebben aan mijn pensioen alleen. We hebben dan nog €600 nodig gedurende 7 jaar. Dat kan uit inkomen van V komen, we kunnen interen op ons dan hopelijk voldoende opgebouwde vermogen, of wellicht hebben wel genoeg renderend vermogen om het uit het rendement te bekostigen.
Het minimale vermogen dat we dan nodig hebben is voor het scenario dat we interen op ons vermogen, we komen dan uit op 7 jaar en 3 maanden een bedrag van €600. Dat komt neer op ruim €52.000

Mocht ik nog eerder willen stoppen met werken dan zullen we nog meer vermogen moeten opbouwen. Die eerste jaren ontvangen we dan helemaal niets van het ABP, dus zullen we alle uitgaven moeten bekostigen uit ons eigen vermogen of het werk van V. We hebben dan diezelfde €52.000 nodig plus nog 5 jaar €2.000 per maand ofewel nog eens €120.000. Dat is in totaal €172.000 dat we in dat geval in de komende 15 jaar bij elkaar moeten sparen, beleggen of investeren. Of we moeten zorgen voor een stabiel passief inkomen waardoor we een kleiner bedrag aan vrij vermogen nodig hebben.

Hebben jullie je al wel eens verdiept in je pensioen?

Arme 65+-ers worden steeds zeldzamer

Gisteren werd een onderzoek van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) gepresenteerd over de welvaart van 65-plussers. Het tijdstip hiervan is mijns inziens niet geheel toevallig en zal denk ik leiden tot een nog grotere daling, na het blijken van de onbetaalbaarheid van hun plannen, in de peilingen van de partij 50 plus.

Kort samengevat: De gemiddelde 65-plusser heeft het nog nooit zo goed gehad als nu. Of misschien lees alleen ik dat er in.

Het CBS heeft een vergelijking gemaakt tussen de oudere van 1995 en 2015. Een aantal opvallende financiële zaken uit het nieuwsbericht hierover:

  • 65-plussers hebben vaker een eigen woning
  • Het mediane vermogen ligt op ruim €86.000 een stijging van €52.000 t.o.v. 1995
  • Wel zijn er ook meer 65-plussers met een negatief vermogen, 5% nu t.o.v. 1% in 1995. Ter vergelijking, gemiddeld genomen heeft een kwart van de huishoudens in Nederland een negatief vermogen.
  • Het inkomen/besteedbaar inkomen van 65-plussers is 30% hoger dan in 1995, Over alle leeftijdsgroepen was dat 25% in dezelfde periode.
Bij de inkomensstijging moet wel opgemerkt worden dat die vooral tot 2008 groot was en dat sindsdien de de koopkracht wel wat gedaald is. Maar uiteindelijk is de koopkracht in 20 jaar sterker gestegen dan gemiddeld. Wat dt betreft heeft Henk Krol gelijk als hij maar heel kort in de geschiedenis kijkt. Kijk je naar een langere periode dan heeft hij gewoon ongelijk.
Excuus als ik met het volgende wat kort door de bocht ga, er zijn in elke groep mensen die het niet breed hebben.
Als je deze cijfers zo ziet, kan ik me bijna niet voorstellen dat een partij als 50 plus ook maar enig bestaansrecht heeft. “De arme, zielige oudere” waar de partij voor op zegt te komen bestaat gemiddeld genomen niet, of is een hele kleine groep. Blijkbaar weet de partij zich goed te verkopen.
Collega-blogger Consuminderen pleitte gisteren om de lagere belastingtarieven voor ouderen (vanaf AOW-leeftijd) al in te laten gaan vanaf 65. Ik zou juist willen pleiten voor het gelijktrekken van al deze tarieven. Want eigenlijk is dat natuurlijk gewoon een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Waarom zou je minder belasting over je inkomen hoeven te betalen omdat je een bepaalde leeftijd behaald hebt? 
Je zou zelfs je zelfs kunnen afvragen of de 65-plus kortingen op heel veel plaatsen nog wel nodig zijn, maar zo met gestrekt been zou ik er niet willen in gaan.
Dat doet columnis Maarten Veeger van RTL Z wel hier en hier.
Hoe staan jullie tegenover aparte tarieven voor ouderen?